submenu

FeliXart Museum - 01/12/2020

Vrijwilligers leven zich uit in het FeliXart Museum

Het FeliXart Museum heeft op dit ogenblik meer dan de wind in de zeilen. Met zijn tweesporenbeleid – enerzijds de focus op kunst en tentoonstellingen, anderzijds op natuur en omgeving – worden prachtige dingen gerealiseerd.

Naast het vaste personeel kunnen ze hiervoor rekenen op een heleboel vrijwilligers.

Ghislaine Ormancey en Emmanuelle Nyns
‘Onkruid bestaat niet’

Wie op de Grote Baan voorbij de hoeve van Felix wandelt, heeft zeker de kruidentuin opgemerkt. Vrijwilligers Ghislaine Ormancey en Emmanuelle Nyns lieten de tuin niet alleen groeien en bloeien, ze deelden er de voorbije jaren ook hun passie voor de natuur met de bezoekers.

Tijdens het leven van Felix De Boeck werd de tuin ingepalmd door struiken met aalbessen of zeebesjes. Na zijn overlijden werd het een echte wildernis met ‘onkruid’. En toen kwam Ghislaine Ormancey op de proppen. In 2007 gaf ze een nieuwe wending aan haar leven. Jarenlang was ze actief als maatschappelijk werkster, maar het was een meisjesdroom om in de natuur te leven. Die droom wilde ze verwezenlijken door een cursus herborist te volgen en die kennis toe te passen in de praktijk.

‘Ik begon met een klein plekje in het tuintje voor het huis van Polleke, nadat ik in de kaaskrabber een oproep had gelezen om deze tuin te onderhouden. Mijn devies is dat onkruid niet bestaat. Het zijn gewoon planten die niet op de juiste plaats groeien’, zegt ze. ‘Ik ben begonnen met enkele kruidenbedden. Met vallen en opstaan groeiden ze uit tot een tuin waarin vandaag meer dan vijftig verschillende kruiden groeien.’

Moeras

‘Oorspronkelijk liet ik de nuttige kruiden die er stonden verder groeien, en kocht ik hier en daar wel eens een nieuw kruid aan. Maar elke plant heeft zijn noden. De ene heeft een droge bodem nodig en andere gedijen dan weer beter op vochtige grond. Omdat de bodem in de tuin bijzonder vochtig was – het aanpalende terrein wordt niet voor niets het moeras genoemd – wilden sommige kruiden wel groeien, maar andere stierven af.’

‘Toen realiseerde ik mij dat er heel wat in de omgeving zelf te vinden was. Ik trok er dus op uit met mijn fiets. Langs beemden, velden en wegen ging ik op zoek naar mogelijke interessante kruiden, die ik dan plantte in mijn tuin. Zo werd de collectie steeds uitgebreider en groeide de tuin uit van een klein plekje naar een volwassen tuin.’

Beschilderde dakpannen met daarop de namen van de planten in het Latijn, Frans en Nederlands maken de bezoeker wegwijs in de tuin. ‘De tuin heeft ook een pedagogisch doel: meer mensen laten kennismaken met kruiden en geleide wandelingen organiseren voor onder andere schoolkinderen.’ Op Openmonumentendag gaf Ghislaine nog een rondleiding in de tuin die op veel bijval kon rekenen.

‘Ik begon in 2007 met mijn kruidentuin zonder enige vorm van subsidie’, herinnert ze zich. ‘Ik heb niet alleen veel tijd geïnvesteerd, ik kocht ook heel wat plantjes. Nadien kregen we subsidies van de gemeente, wat ons werk toch wat gemakkelijker maakte. Ik ben trots op wat ik heb bereikt, maar nu denk ik aan een andere wending in mijn leven.’

Roodborstje

Sinds 2017 krijgt Ghislaine in de tuin het gezelschap van Emmanuelle Nyns. ‘Mijn grootvader was mijn inspirator, een echte natuurmens. Op mijn zeventiende ging ik lessen over herboristerij volgen. En na een loopbaan als ingenieur ben ik al 13 jaar professionele natuuranimatrice. Zo kon ik van mijn hobby mijn beroep maken. Ik probeer mensen – vooral jongeren – warm te maken voor de natuur, en mijn kennis en enthousiasme door te geven via alle mogelijke kanalen. Daarbij besteed ik graag aandacht aan het mooie van de natuur: een roodborstje dat zijn territorium verdedigt, een vlinder die rust vindt op een plant, een rups met zijn mooie kleuren, het zijn allemaal dingen die we nauwelijks nog opmerken.’

‘Ik vind het fijn om mensen daarbij te laten stilstaan. Want de natuur brengt rust en kan ons primitief geluk laten ervaren. Ondertussen ben ik ook bezig met een natuurproject in Frankrijk. Mijn uiteindelijke doel is midden in de natuur te gaan wonen, maar zover ben ik nog niet. Hier wacht ons nog veel werk’, vertelt Emmanuelle.

‘Natuur in het FeliXart Museum wordt ook ondersteund door Erfgoed Vlaanderen. Zoals nu al koeien in de boomgaard lopen – wat bijdraagt tot de authenticiteit van de site – willen wij de kruidentuin nog meer in de belangstelling brengen, om mensen opnieuw te laten kennismaken met het leven van de mensen ten tijde van Felix.’

‘Nieuwe vrijwilligers zijn meer dan welkom om nu en dan te helpen bij het onderhoud. Nieuwe mensen brengen ook nieuwe ideeën mee. En wie langskomt, is altijd welkom voor een babbel, een vraag of een opmerking. Deze tuin is van ons allemaal.’
 



Alain Michiels
‘Ik geniet van de sociale contacten’

Alain is vrijwilliger en duivel-doet-al in het FeliXart Museum. Moet er rondgereden worden om materiaal, schilderijen, kunstwerken of andere benodigdheden te gaan halen, dan staat Alain altijd paraat. Ook als er iets opgebouwd, afgebroken, verhuisd of verplaatst moet worden, kan het museum altijd een beroep op hem doen.

‘Ik ben hier in de eerste plaats vrijwilliger geworden omdat kunst mij mateloos boeit. En hoe meer ik ermee in aanraking kom, hoe meer ik erover wil weten. In mijn vrije tijd lees ik veel over kunst, waardoor mijn interesse steeds breder wordt.’

‘Sinds ik vorig jaar in november begonnen ben als klusjesman, geniet ik enorm van mijn vrijwilligerswerk. Vroeger was ik politie- commissaris. In die job had ik veel sociaal contact en was ik voortdurend met mensen bezig. Vandaag beleef ik veel vreugde aan de contacten met het museum, de bezoekers en alle mensen die ik ontmoet bij mijn opdrachten.’

‘Momenteel ben ik vooral bezig om de leefruimten van Felix De Boeck in de pas gerestaureerde hoeve in hun oorspronkelijke toestand te herstellen. Een waar titanenwerk, want alles moet klaar zijn voor de geplande opening in mei 2021. De hele inhoud moet gerepareerd en opgepoetst worden. Maar ondertussen is die naar verschillende plaatsen verhuisd en is het soms zoeken naar wat waar werd bewaard. En 25 jaar zonder onderhoud, dat heeft ook zijn tol geëist.’
 

Tekst: André Lerminiaux
Foto: © Tine De Wilde
Uit: kaaskrabber november 2020