submenu

Huisdokter André Lerminiaux (76) is gestopt met praktijk in Drogenbos - 19/05/2020

‘Ik heb veel voldoening uit mijn job gehaald’

Huisdokter André Lerminiaux is na net geen halve eeuw gestopt met zijn dokters- praktijk in de Kerkstraat in Drogenbos. Op die tijd zag hij het beroep fel veranderen. ‘Vroeger moest ik altijd beschikbaar zijn. Als er iemand een hartaanval kreeg, was ik er als eerste bij.’

De verkoop van het kabinet van huisdokter André Lerminiaux (76) in de Kerkstraat betekent meteen het einde van een tijdperk. Bijna 50 jaar stond Lerminiaux paraat om de Drogenbossenaren medisch bij te staan. In oktober vorig jaar achtte hij de tijd gekomen om met pensioen te gaan, al hangt hij zijn doktersjas nog niet definitief aan de haak. ‘Raadplegingen doe ik niet meer, maar mijn oudere patiënten kunnen nog altijd een beroep op mij doen’, vertelt Lerminiaux. ‘Het gaat om mensen die vijftig jaar geen andere huisdokter hebben gezien. Als ze mij bellen, ga ik bij hen langs. Iedere week bezoek ik tien à vijftien patiënten, en op vrijdag heb ik nog een vaste ronde. Maar het is toch veel minder druk dan vroeger. Ik was al aan het afbouwen, een collega uit Ruisbroek had twee dagen van mij overgenomen. Maar die is gestopt, en ik zag het niet zitten om opnieuw twee extra dagen te werken. Dus ben ik er ook mee opgehouden.’ 

Sociaal engagement  

De keuze om een artsenopleiding te volgen, was bij André ingegeven door zijn sociaal engagement. ‘Ik ben altijd heel sociaal geëngageerd geweest. Al van jongs af hielp ik graag mensen, dat heb ik van mijn moeder. Ook door onze thuissituatie ontwikkelde ik al vroeg zin voor verantwoordelijkheid. Ik was de oudste van vier kinderen en mijn vader is gestorven toen ik 16 jaar oud was. Hierdoor kon ik het me niet veroorloven om er aan de universiteit in Leuven een jaartje niet door te zijn. Het was slagen of gaan werken. Ik heb toen hard geblokt en na mijn studies ben ik op 1 augustus 1970 in Drogenbos kunnen beginnen als dokter. Tien jaar eerder hadden mijn ouders, nadat ze in 1945 van Oost-Vlaanderen naar Ukkel en in 1950 naar Drogenbos waren verhuisd, een huis in de Kerkstraat gebouwd. Aan de achterzijde hebben we een stuk bijgebouwd voor mijn kabinet.’ 

In zijn carrière heeft Lerminiaux vaak lange dagen moeten kloppen. ‘Ik begon ‘s morgens om zeven uur, en ‘s avonds was het vaak acht of negen uur wanneer ik gedaan had. Dat ik dat zo hebben kunnen doen, heb ik te danken aan mijn vrouw. Zij nam de telefoon op, zorgde voor de kinderen, deed het secretariaat en ontlaste mij van alle huishoudelijke taken. Zonder haar zou het niet mogelijk zijn geweest om te doen wat ik deed. Ik denk niet dat ik het anders zou doen mocht ik opnieuw beginnen. Als ik iets doe, wil ik daar volledig voor gaan. Dat ligt in mijn karakter. Ik heb veel voldoening uit mijn job gehaald. Ik ben altijd graag met mensen bezig geweest.’ 

Hartmassage Toch was het, vooral in de beginperiode, best zwaar. ‘Ik moest altijd beschikbaar zijn, ook ‘s avonds en in de weekenden. Als ik even een uurtje weg was, bleef mijn moeder bij de telefoon. Een avondje uit zat er niet echt in. Een week waarin ik maar drie nachten uit mijn bed moest voor dringende zaken, was een rustige week. Later kwam er wel een wachtdienst met enkele collega’s uit buur- gemeenten. Iedere maand was ik een weekend van wacht. Een MUG-dienst bestond toen niet. We konden wel een ziekenwagen van het Rode Kruis inschakelen, maar die was bemand door vrijwilligers en was zeker niet meteen ter plaatse. Als mensen een hartaanval kregen, waren wij er als eerste bij. Het was toen de huisdokter die moest reanimeren en spuiten zetten. Puffertjes tegen astma waren er niet. Soms bleven wij uren aan het bed van een patiënt. Een heftige tijd. We deden wat we konden en in de meeste gevallen konden we de mensen helpen. Onze aanwezigheid was voor hen een opluchting waardoor ze kalmer werden. Soms kon onze hulp jammer genoeg niet baten. Na zo’n zwaar weekend moesten we maandag gewoon weer aan de slag.’ 

Dokter Google  

Doorheen de jaren heeft Lerminiaux de houding van zijn patiënten zien veranderen. ‘Mensen komen sneller naar de dokter, ze wachten geen drie dagen meer met veertig graden koorts. Ik heb ook gemerkt dat meer en meer patiënten nood hebben aan een gesprek. Met het verdwijnen van de pastoors hebben dokters die taak voor een deel overgenomen. Het vertrouwen in de huisdokter blijft groot, al doen mensen sinds de komst van het internet zelf het nodige opzoekingswerk. Het nadeel is dat ze zichzelf daardoor soms nodeloos ongerust maken. Pijn aan de linkerarm bijvoorbeeld kan een indicatie voor een hartaanval zijn, maar er zijn nog zo veel andere mogelijke onschuldige verklaringen. Van mij mochten patiënten hun zegje doen, maar ik maakte wel duidelijk dat ik het laatste woord had.’ 

Laatste Nederlandstalige huisarts  

Sinds kort zit Drogenbos dus zonder Nederlandstalige dokter. ‘Ik was 50 jaar de enige Nederlandstalige dokter in Drogenbos en omgeving, ik had ook veel patiënten uit Vorst en Ukkel. Ik ben vijftien jaar vruchteloos op zoek geweest naar een opvolger. Mijn praktijk stond zelfs gratis over te nemen, terwijl voor een overname normaal geld wordt gevraagd. Voor een Nederlandstalige huisdokter spreekt het misschien meer aan om een praktijk in pakweg Gooik te hebben waar ze met hun patiënten in hun eigen taal kunnen praten.   

In Drogenbos is zowat drie kwart van de bevolking anderstalig. Ik vind het jammer dat er geen echt Nederlandstalige dokter meer is, want het is essentieel dat patiënten in hun eigen taal kunnen uitleggen wat er scheelt. Eén van mijn Franstalige collega’s in Drogenbos spreekt wel meer dan een mondje Nederlands.’ 

Geen zwart gat  

Angst om in een zwart gat te vallen, heeft Lerminiaux niet. ‘Ik ben nog zeer actief in het verenigingsleven van Drogenbos. Zo ben ik voorzitter van de cultuurraad, lid van de meeste verenigingen en ik probeer de Vlaamse gemeenschap zo veel mogelijk samen te brengen. Daarom nam ik het initiatief om tweejaarlijks een revue of een ‘conseir’ te brengen en zet ik mij nu in om op 5 september een grootse viering voor onze jubilerende verenigingen te organiseren in de tuin van het FeliXart Museum. Verder schrijf ik nog toneelstukken en artikels voor de gemeenschapskrant kaaskrabber. Tijdens mijn loopbaan heb ik me ook altijd bewust met andere dingen beziggehouden dan enkel met mijn werk. Zo heb ik vijf huizen gebouwd voor mijn kinderen en familie. Door je te concentreren op wat je met je handen doet, kan je je hoofd leegmaken. En dat is ook de reden waarom ik nooit een burn-out heb gehad. In heel mijn carrière ben ik maar één keer afwezig geweest om medische redenen. Dat was vorig jaar omwille van een operatie aan mijn galblaas. Ik heb altijd gezond geleefd, roken en drinken doe ik niet. Toch zal ik nooit tijd genoeg hebben om te doen wat ik nog allemaal zou willen doen.’ 

Tekst: Jelle Schepers 
Foto: © Tine De Wilde 
Uit: kaaskrabber mei 2020