submenu

Uitkijken naar de Sint met Jan De Smet - 06/11/2017

Een (on)geregeld leventje

Wie zich afvraagt hoe het met Jan De Smet gaat sinds de Nieuwe Snaar haar hele instrumentencollectie aan de haak hing, kunnen we geruststellen: het gaat opperbest met hem: ‘Ik heb een geregeld ongeregeld leventje. En dat doet me deugd.’

Met dat geregeld ongeregeld leventje verwijst Jan De Smet naar de vele kortlopende shows die hij tegenwoordig doet in en om Vlaanderen. Het is volgens De Smet een reactie op de manier van werken bij de Nieuwe Snaar, waar de tournees soms meerdere jaren duurden. Met een van die kortlopende shows, Ook de Sint steekt zijn vinger in de lucht, houdt De Smet begin december halt in GC de Moelie.

Vanwaar komt die vreemde titel voor de show?

De Smet: ‘Het eerste kinderprogramma dat ik ooit maakte, heette Steek je vinger in de lucht. Daar hoort ook een cd bij, die vrij veel succes had. Het was een programma met allemaal liedjes van folklegende Woody Guthrie die in het Nederlands vertaald werden. Een jaar later vroeg de uitgever een opvolger voor die cd. En toen dacht ik: laat ik in dezelfde vrolijke folky sfeer ook maar een cd met sinterklaasliedjes maken. En die had ook succes, al verkoopt die in de zomermaanden wat minder (lacht).’

‘De show die we bij de cd doen, gaat elk jaar half november van start. Op 6 december stoppen we er uiteraard weer mee. We doen een tiental optredens per jaar. Tijdens de show zing ik liedjes van beide cd’s. Voor de kindjes, maar ook voor hun ouders, want die kennen die sinterklaasliedjes uiteraard ook allemaal vanbuiten.’

Bij sinterklaasliedjes denk ik aan goed georkestreerde kinderkoren, niet aan folkzangers met al wat kilometers op de teller.

De Smet: ‘Dat klopt uiteraard. Traditioneel worden die nummers ingezongen door heel vrome, heilige en plechtige kindjes. Maar ik probeer er een andere draai aan te geven. Het gaat er wat wilder aan toe. Ik ben altijd erg geïnteresseerd geweest in de roots van de hedendaagse muziek: de folkmuziek en de bluesmuziek. En in functie daarvan koos ik dus ook mijn instrumenten. Ik bespeel dus veel verschillende akoestische instrumenten met snaren en toetsen. En het zijn die instrumenten die bepalen hoe de liedjes klinken.’

‘Die instrumenten gebruik ik ook voor het visuele aspect van de show. Want voor ik opkom, ligt het podium vol met cadeaus die ik tijdens het optreden uitpak. En daar blijken telkens de vreemdste muziekinstrumenten in te zitten. Het uitzonderlijkste cadeau is misschien wel de bulbul tarang, een snaarinstrument uit India. Dat heeft een gezellig rammelende folkklank, waar ik erg op gesteld ben.’

Nog kenmerkend voor sinterklaasliedjes: ze duren maximaal een minuut.

De Smet: ‘Dat is waar. Je kan ze rekken, en extra strofen verzinnen, maar dat doe ik niet. Behalve voor O kom toch eens kijken wat ik in mijn schoentje vind. Dat is een beetje oubollig qua tekst. Ik vermoed dat niet veel kinderen dit jaar een bromtol met een zweep erbij zullen vragen aan de Sint (lacht), dus ik heb er een strofe met moderner speelgoed aan toegevoegd. Maar in het programma zitten ook andere kinderliedjes, die wat langer duren.’

Komt de Sint zelf langs tijdens het optreden?

De Smet: ‘Ik weet niet of hij in Linkebeek langskomt, maar het zou kunnen, want er wonen daar toch flinke kinderen in de buurt. Soms belt de organisatie de Sint, en dan pas ik dat in de show in. Ik vraag dan aan de goedheilig man om tijdens het voorlaatste nummer binnen te komen. Zo kunnen we het allerlaatste nummer in aanwezigheid van Sinterklaas zingen.’

‘Ik heb wel gemerkt dat de Sint soms goeie dagen heeft, waarop hij goed meezingt met de nummers, en af en toe ook een mindere dag waarop hij er wat meer apathisch bijzit. Het lijkt soms wel of er meerdere Sinten zijn (lacht). De Zwarte Pieten dansen wel altijd mee en zorgen voor ambiance.’

Wat is er zo leuk aan optreden voor kinderen?

De Smet: ‘Kinderen stappen direct mee in de sfeer. Meebrullen mag, en als ze een vraag willen stellen, mogen ze ook roepen. Maar ik heb ook een missie met die kindershows: ik laat zeer jonge kinderen kennismaken met akoestische muziek door de shows. Zo leren ze misschien eens iets anders kennen dan hevig gearrangeerde rock, pop of disco.’

‘Het is mijn missie om hen te laten zien hoe leuk het kan zijn om eenvoudige akoestische muziek te maken en te beluisteren. Een gitaar hoeft echt niet altijd te scheuren. Wat niet wegneemt dat we tijdens de shows voor het jonge publiek af en toe een stevig stukje rocken.’

Wat is jouw mooiste sinterklaasherinnering? Kwam hij bij jullie langs?

De Smet: ‘De Sint kwam ieder jaar langs, en hoewel we het niet breed hadden, kregen we toch elk jaar een cadeautje. Wij vroegen vaak wel onmogelijke dingen, maar toch bracht de Sint altijd weer een aantal dingen die op ons lijstje stonden. Op een bepaald moment kwam ik tot het inzicht dat er iets niet klopte, want de jongens bij ons op school die van rijkere families kwamen, kregen vaak grotere cadeaus dan wij, terwijl ze zeker niet braver waren. Toen is mijn geloof in de Sint toch aan het wankelen gegaan.’

‘Het was wel altijd een belevenis als de Sint en de Zwarte Pieten in de klas kwamen. Iedereen was doodsbang voor hen in het katholieke gat waar wij zijn opgegroeid. De Zwarte Pieten konden ook zo ongelofelijk boos kijken. En ze hadden ook een grote schaar bij om de tong af te snijden van de jongens die te veel praatjes hadden in de klas. Dat hebben ze gelukkig nooit gedaan.’

Tekst: Maarten Croes / Foto: Tine De Wilde
(uit: kaaskrabber, november ’17)

Bekijk ook