submenu

Hugo O, de schaapherder van het Pajottenland - 06/11/2017

Gepassioneerd door dieren

Tijdens Open Monumentendag hadden we het genoegen hem aan het werk te zien in de boomgaard van Felix De Boeck. Hugo, met zijn schapen en geiten en zijn twee prachtige honden. Benieuwd naar de mens achter de schaapherder gingen we een praatje met hem maken in de Wolfsputten in Dilbeek, waar hij op da

‘Van jongs af, ik denk dat ik vier jaar oud was, raakte ik geboeid door dieren. Thuis in Lot, waar ik geboren ben, hadden we twee melkgeiten die voor ons voedsel zorgden; ik zorgde samen met vader voor de geiten. Toen wij, de kinderen, groter werden, volstond de melk van de geiten niet meer en kwam er een koe bij. Ik raakte gefascineerd door een herder die in Lot met zijn schapen de bermen onderhield.’

‘Toen ik twaalf was en de herder met zijn taak stopte, wilde ik zijn taak overnemen en de schapen hoeden. Mijn vader ging niet akkoord en stuurde mij naar het college. Hij wilde dat ik studeerde. Een school voor herders bestond niet, en dus moest ik na mijn schooltijd slager worden zoals mijn broer. Ik heb het beroep nooit uitgeoefend, maar heb wel veel geleerd over het leven van de dieren, hun anatomie … Ook over het schatten van hun gewicht en het inschatten van hun gezondheidstoestand; kennis die me in mijn latere leven erg geholpen heeft. Op mijn vijftiende ging ik naar de schapenmarkt in Anderlecht, waar ik nog meer bijleerde over deze dieren.’

Koning te rijk

De passie voor dieren bleef, ook tijdens zijn legerdienst. ‘Als gewetensbezwaarde ging ik twee jaar in de kinderboerderij Het Neerhof in Dilbeek werken. Na mijn gemeenschapsdienst trok ik naar het buitenland om met dieren bezig te zijn. Ik ging schapen hoeden in de Pyreneeën en in Zwitserland. Heel mijn leven heeft in het teken van natuur, landbouw en dieren gestaan. Zo werkte ik later ook vijf jaar op Het Neerhof als boer. Ik ging regelmatig voor 4 à 5 maanden naar de Zwitserse Alpen (dat heb ik 8 keer gedaan), waar ik alles leerde over karnen (melk en boter maken door zure room te scheiden) en kaas maken.’

‘Op een bepaald moment zorgde ik voor 125 koeien, 200 schapen en 150 geiten. Per dag liep ik 15 à 20 kilometer rond het domein om alles onder controle te houden. Die maanden kwam ik weinig in het dorp. Ik ben zelfs eens vijf maanden aan een stuk boven in mijn hut gebleven. In de bergen was ik de koning te rijk. Tijdens schoolvakanties kwamen de kinderen op bezoek. Ondanks het gemis van een tv, computer en alle andere moderne dingen verveelden ze zich nooit.’

Herder in België

Hugo werkt nu fulltime in België. ‘In 2000 probeerde ik voor het eerst een ecologisch project met schapen te starten in Gooik. De tijd was nog niet rijp en het project werd afgevoerd. In 2016 heb ik samengezeten met Regionaal Landschap-heemkundige kring en Paddenbroek om een nieuw herdersproject op te starten. Dat was wel het goede moment en Regionaal Landschap nam zijn verantwoordelijkheid. Ze wilden mij twee jaar steunen, dus ik kocht met mijn spaargeld 150 schapen. Eindelijk werd ik, veertig jaar na mijn eerste poging op twaalfjarige leeftijd, herder.’

Hugo ziet zijn schapen als de nieuwe grasmaaiers. ‘Ze maaien het gras op een ecologische manier en komen op plaatsen waar machines niet kunnen komen. Niet alleen het maaien is belangrijk, ook de natuur de kans geven om zich op een natuurlijke manier te herstellen. In hun vacht dragen de schapen zaden van grassen en planten en bomen mee, hun uitwerpselen zijn mest voor de vegetatie. Zo maakt hun aanwezigheid de natuur weer levendig.’

Schapen eten zowat 9 à 10 uur per dag. ‘Gedurende die tijd moet ik ze in het oog houden. Dat is een fulltime job, maar ik ben blij dat ik een kleine bijdrage aan een levendige natuur kan leveren. Met behulp van mijn honden zorg ik ervoor dat de schapen niet verdwalen en ondertussen kan ik genieten van de natuur en dikwijls komen bezoekers of passanten een praatje maken. Ik maak mijn droom waar. Het leven heeft me niet altijd gespaard en zoals elke mens heb ik grote en kleine zorgen. Maar ik ben gelukkig omdat ik van mijn hobby mijn beroep en broodwinning heb kunnen maken. Ik sta nooit tegen mijn goesting op om te gaan werken en dat kan niet iedereen zeggen.’

Tekst: André Lerminiaux / Foto: Tine De Wilde
(uit: kaaskrabber, november ‘17)