submenu

Een zeepbel in je hoofd - 07/09/2017

De dromerige clown Pronto reist de wereld rond met zijn zeepbellencircus en ontdekt samen met kinderen de wondere wereld van de toverzeepbellen.

Van op de vingertippen van zijn hand zweeft heel langzaam een reusachtige zeepbel de lucht in. De kleine kinderoogjes die hem ademloos aanstaren zien zijn hoofd door de bel in een bolvormige regenboog veranderen. Kleuters bekijken de hele voorstelling lang de wereld in vele kleuren en fantastische vormen. En dat is exact wat Cis Block, de bezieler van Theater Pronto, wil. ‘Kinderen zijn intelligente dromers, ze moeten dat zo lang mogelijk blijven. Later staan er nog genoeg problemen op hen te wachten waarvoor ze sterk moeten zijn. De vrijheid krijgen om te fantaseren maakt van kinderen betere en sterkere volwassenen.’

Zelf begrijpt Block het gevoel dat hij bij de kinderen wil oproepen heel goed. ‘Zoals veel kinderen wilde ik kunnen vliegen. Vrij als een vogel, liefst als een lieve roofvogel, die sierlijk door de lucht zoeft. De eerste zeepbel die ik als kleuter leven in blies leek net een vogel, mijn eigen vogel die ik zelf had gemaakt. Ik was er zo trots op. En die zeepbellenvogel bleef in mij vliegen en mijn hoofd met creativiteit vullen. Die ervaring wil ik doorgeven aan het jonge publiek. Kinderen ervaren zeepbellen als een wonderlijke en kleurrijke fantasie die zich verder blijft ontwikkelen. Het is een ontmoeting met het opwindende gevoel van ontdekking en verwondering. Veel kinderen strekken hun armen naar de bellen om ze vast te nemen en mee omhoog te glijden. Dat is erg mooi.’

Zeepbellenwetenschap

Block is de bezieler en oprichter van Theater Pronto. Nadat hij samen met Bart Peeters, Jos Verbist en Karel Vingerhoets een aantal jaren lid was van de Lierse Toneelgroep Arlecchino wilde hij zijn eigen droom waarmaken. Hij trok naar Antwerpen om in de universitaire bibliotheek een studie te maken van de ‘zeepbellenwetenschap’. Na maanden van experimenteren, bellenblazen, mislukken en opnieuw beginnen zweefden uiteindelijk de meest wonderlijke vormsels van water en zeep door zijn tuin.

‘Ik herinner me nog alsof het gisteren was dat ik op een avond, toen mijn kinderen sliepen, mijn experimenten opstelde. Ik ging aan de slag, probeerde van alles uit en plots deed een merel mij schrikken. Ik keek rond mij en merkte dat de ochtend was aangebroken. De hele nacht had ik met mijn hoofd in de zeepbellen gezeten, gedroomd en geprobeerd. De tijd bestond niet meer. Dat was wonderlijk. Ik denk dat kinderen het contact met zeepbellen ook zo ervaren. Ze zien de gekke zeepbellen in een heus zeepbellentheater en vergeten dat hun leven lang niet meer. Tot vandaag word ik blij en goedgezind als ik mijn zeepbellen mag tonen in een circusverhaal. Het houdt me jong.’

Block speelt alles zelf. In het zeepbellentheater is er een scène waarin hij de bril van zijn opa cadeau krijgt. Maar de bril is stuk, opa heeft zijn brilglazen uitgekeken en opgebruikt. Hij bedenkt voor de afwachtende kinderen wat je in een dergelijke situatie kan doen. Wat met opa’s bril? Hij bootst de stem van een opa uit de hemel na: ‘Gebruik je fantasie en maak van mijn bril een bril voor jou en kijk met jouw ogen naar de wereld.’

Block wast de bril met zeepwater, en ... hups, daar verschijnt een zeepvliesbril. Wie hem opzet, ziet een wereld vol kleur en beweging. Block maant de kinderen aan om op een dag allemaal hun eigen bril te maken en op hun manier naar de wereld te kijken. In de scène is Block niet zichzelf, maar Pronto, de dromerige clown naar wie hij het theater vernoemde.

‘Pronto is een dromer die langzaam het verhaal van zijn opa en het circus vertelt. Hij doet dat zonder hoge technische hulpmiddelen, maar simpelweg met herkenbare dagelijkse voorwerpen die allerlei wonderlijks produceren, zoals schuimtorens, zeepslurfen, zeepbogen en opaalkleurige bellen. Het rustige verhaaltempo geeft de kinderen de kans om samen met Pronto weg te dromen en mee te neuriën met de muziek en de liedjes die de zwevende bellen begeleiden in hun vlucht: ‘Het circus van Pronto trekt door het land en geeft alle kinderen een lachende hand. Het doek wordt gesloten, de lichten gaan uit, het circus trekt verder, maar de vriendschap blijft. Hier wil ik zijn, hier op dit plein, hier wil ik zijn, waar alle kinderen vrienden zijn.’

‘Kinderen krijgen al snel een band met Pronto’, zegt Block. ‘In het circus zijn de kinderen zichzelf, ze genieten met hun vrienden en lachen samen op hetzelfde ogenblik omwille van dezelfde emoties. Ze zijn er open, eerlijk en vol gevoel. En dat allemaal dankzij die gekke clown. Dat blijft hangen. In Zwitserland speel ik per plaats waar ik kom acht verschillende voorstellingen in evenveel dagen. De kinderen kennen mij, ze willen bij me blijven. ‘Daar is de clown!’, zeggen ze als ze me overdag in hun dorp tegenkomen, ook al ik heb geen pruik, noch schmink, schoenen of een gekke jas aan. Maar voor hen ben ik een clown, dat is toch een heerlijke titel om te mogen ontvangen van de kinderen. Het is een ereteken voor het leven.’

Tekst: Tine Maenhout / Foto: Tine De Wilde
(uit: kaaskrabber, september ’17)