submenu

Jeannine Vanzeebroeck - 07/09/2017

‘Ik ging op visite bij mijn vader naast de deur’

Het leven van Jeannine Vanzeebroeck kan je samenvatten in woelige kinder- en schooljaren, een groot engagement in de Chiro en in de terugkeer naar Drogenbos voor het toneel en de heemkundige kring.

Vanzeebroecks leven begon zeer dramatisch. Haar moeder stierf tijdens de bevalling van Jeannine. Het was een schok voor de gemeenschap van Drogenbos. De mensen zeiden: ‘Carlinke es in het kinderbedde geblève’, ofwel Caroline is gestorven bij de geboorte van haar dochter. Jeannine werd zes weken gevoed met moedermelk van andere pas bevallen moeders die graag melk afstonden voor het meisje. ‘Daarom was ik bijna nooit ziek tijdens mijn kinderjaren, ik kreeg de immuniteit van verschillende moeders mee’, vertelt ze.

Kruidenier Demessemaecker

Rond die tijd werd er een oplossing gevonden voor de boreling. ‘De verhuurders van de woning van mijn ouders – de zussen Demessemaecker die in dezelfde driewoonst woonden – vonden het hun plicht om mijn vader Victor uit de nood te helpen. Zij gaven mij een thuis.’ Tot aan haar huwelijk leefde Jeannine bij de juffrouwen Demessemaecker, beter bekend als ‘Maria en Marieke van Faneke’ (Faneke is hun moeder, n.v.d.r.). ‘Ik ging bij mijn vader op visite naast de deur. De juffrouwen hebben mij steeds liefdevol verzorgd en ik ben hen daar eeuwig dankbaar voor.’ Als klein meisje werd Jeannine aangespoord om liedjes te zingen als er bezoek was. ‘Dan ging ik bij de juffrouwen op schoot zitten en zongen we Voulez-vous danser grand-mère en nog andere liederen uit die tijd.’

‘Als er een slow werd gespeeld liepen de verantwoordelijken rond met een meetlat. We moesten een bepaalde afstand tot elkaar respecteren of we kregen een tikje op de schouder’

Maria en Marieke hadden een kruidenierswinkel recht tegenover het patronaat in de Brouwerijstraat. ‘Een deel van het gebouw werd gebruikt voor parochiale activiteiten. De lokalen van de jongens-Chiro waren er gehuisvest en de jongens en meisjes hadden al eens een oogje op elkaar.’ De familie Demessemaecker had eigendommen in de Kerkstraat tot aan de tuinen van de Sterstraat. Om te grazen moesten de schapen de Kerkstraat en de tramrails oversteken. In hun moestuin kweekten de zussen planten en groenten die in de winkel aan de man gebracht werden. Aardappelen, kersen, appels en okkernoten uit de boomgaard. ‘In de grote boomgaard kwamen heel wat vriendinnetjes spelen.’

Op school bij de zusters

De lagere school bij de zusters was geen al te groot succes. Jeannine had een hekel aan de rekenlessen en ondanks de inspanningen thuis lukte het maar matig. ‘De zus van mijn vader, soeur Marie Bernarda, maakte deel uit van de kloostergemeenschap van de zusters der Heilige Harten van Virginal. Eén keer per jaar werd ik ontboden in de spreekkamer bij mijn tante soeur Marie Bernarda (zelf lerares in een schooltje in Genappe, n.v.d.r.), als ze op bezoek was bij haar medezusters in het klooster van Drogenbos. Daar werd ik de les gelezen.

Wat me is bijgebleven van die bezoekjes zijn de rare luchtjes in het kloostergebouw en de kille sfeer van de spreekkamer.’

In de klas van zuster Mathilde veranderde alles, daar werd steno, dactylo, maar ook Frans onderwezen. Bedrijven stonden aan het einde van het schooljaar te wachten om de afgestudeerde leerlingen aan te werven. ‘Goede herinneringen heb ik ook aan de godsdienstlessen in de klas, met pastoor Fineau. We mochten met hem filosoferen over geloofs- en levensvragen. Dat was boeiend en leerrijk, wij voelden ons au sérieux genomen.’

De tijd van je leven

Op een dag namen vriendinnen Jeannine mee naar l’Etincelle, een jeugdclub in de Sint-Paulusschool in Stalle bij Ukkel. ‘Er werd gedanst, maar als er een slow werd gespeeld liepen de verantwoordelijken (oud-scouts) rond met een meetlat. We moesten een bepaalde afstand tot elkaar respecteren of we kregen een tikje op de schouder. Het einde van het laatste dansnummer werd zo uitgerekend dat wij de tram naar Drogenbos nog konden nemen en voor middernacht thuis waren. In l’Etincelle leerde Jeannine haar echtgenoot Gerard Mievis kennen (bekend onder de roepnaam André). ‘Hij heeft wel heel wat geduld moeten hebben, want het engagement in de Chiro ging vaak voor op zijn wensen.’

Toen Jeannine zeven jaar was, vroegen klasgenoten om mee te gaan naar de Chiro. ‘Mijn vader ging niet meteen akkoord, want ik hield hem gezelschap op zondagnamiddag. Na lang aandringen mocht ik toch naar de Chiro gaan. Het werd de tijd van mijn leven. Van 1954 tot aan mijn huwelijk in 1969 heb ik alle rangen doorlopen, van klein meisje tot hoofdleidster.’ Jeannine herinnert zich nog de eerste keer op weg naar het bivak in Weelde. ‘We deden alles met het openbaar vervoer. Het was een heel natte zomer, en toen we thuiskwamen van het kamp waren alle kleren en alles wat in de rugzak zat niet alleen vochtig, maar ook groen van de schimmel. De Chiro was een openbaring. We leerden er samenleven met anderen, activiteiten organiseren en vooral genieten van de vriendschap die tot op vandaag bestaat. Het was een fantastische levensles.’

Toneelmicrobe

‘Vijf jaar geleden werd een reünie van Chiroleden en leiding georganiseerd. Na meer dan dertig jaar werden we bijeengebracht op een historische ‘meivaart’ in het FeliXart Museum. Daar werden contacten gelegd om in 2015 mee te spelen in een revue met de plezante Berkûzen. En zo werden de banden weer aangehaald.’

Bij Jeannine, die in haar kindertijd entertainer speelde in huishoudelijke kring, en later in de toneeltjes van de Chiro (bij het kampvuur en op de jaarlijkse Chirofeesten), kwam de toneelmicrobe weer tevoorschijn.

‘Na 30 jaar ervaring bij toneelgroep de Alsembloem in Beersel was dit een fijne uitdaging om zelf, samen met de spelers, teksten te schrijven en te regisseren.’ Zo kwam Jeannine weer in het gemeen-schapsleven van Drogenbos terecht. Ze speelt vandaag toneel met de plezante Berkûzen, is lid van Okra en Femma, is secretaresse bij de Heem- en Geschied-kundige kring Sicca Silva, en gidst tijdens de openmonumentendag. ‘Sicca Silva heeft mijn hart gestolen en dankzij een groep enthousiastelingen probeert Sicca Silva alles te bewaren wat ons herinnert aan wat Drogenbos ooit is geweest. Heb je oude foto’s, documenten, informatie of wat dan ook over het verleden van Drogenbos? Ze zijn zeer welkom. Laat ze niet verloren gaan, Sicca Silva zal er goed zorg voor dragen’, besluit Vanzeebroeck.

Tekst: André Lerminiaux / Foto: Tine De Wilde
(uit: kaaskrabber, september ’17)